1. Wat zijn vragende woorden?
Vragende woorden gebruik je om specifieke informatie te vragen, niet alleen “ja” of “nee”.
Ze vertellen welk soort informatie je wilt weten: een persoon, plaats, tijd, reden of ding.
Voorbeelden:
Wie is dat?
Waar woon je?
2. Volgorde van woorden in een vraag
Bij een vraag met een vragend woord:
Vraagwoord + werkwoord + onderwerp + rest
Voorbeelden:
Waar woon jij?
Wat eet hij?
3. Veelgebruikte vragende woorden
Wie
Wie is dat?
Wat
Wat doe je?
Waar
Waar woon je?
Wanneer
Wanneer kom je?
Waarom
Waarom lach je?
Hoe
Hoe gaat het?
Welke
Welke tas is van jou?
Hoeveel
Hoeveel kost het?
4. Vragen zonder vragend woord
Soms wil je alleen een “ja” of “nee” antwoord.
Dan komt het werkwoord eerst:
Werk jij in Amsterdam?
(Dit is geen vragende-woorden-vraag)
Wie ben jij?
Wie
Wat eet jij?
Wat
Waar woon jij?
Waar
Wanneer ga jij naar school?
Wanneer
Waarom leer jij Nederlands?
Waarom
Hoe heet jij?
Hoe
Welke kleur vind jij mooi?
Welke
Hoeveel kost dit boek?
Hoeveel
Waar werk jij?
Waar
Hoe laat is het?
Hoe
Wie is jouw leraar?
Wat doe jij in het weekend?
Waar woon jij?
Wanneer begint de les?
Waarom studeer jij Nederlands?
Hoe gaat het met je?
Welke stad vind jij het mooist?
Hoeveel kinderen heb jij?
Waar werk jij?
Hoe laat sta jij op?