In het Nederlands wordt het woord "er" op veel verschillende manieren gebruikt. Het is vaak lastig voor cursisten, maar op A2-niveau moet je de meest voorkomende toepassingen kennen.
1. "Er" om bestaan aan te duiden (there is / there are)
Wordt gebruikt om te zeggen dat iets bestaat of aanwezig is.
Structuur: Er + werkwoord + subject
Voorbeeld: Er is een kat in de tuin. → There is a cat in the garden.
2. "Er" als plaatshouder in zinnen
Soms wordt er gebruikt wanneer het subject (onderwerp) later in de zin komt.
Voorbeeld: Er staan drie boeken op tafel. → There are three books on the table.
3. "Er" met voorzetsels
"Er" kan een zelfstandig naamwoord vervangen na een voorzetsel.
Voorbeeld: Ik denk aan mijn vakantie → Ik denk eraan. → I think about my holiday → I think about it.
4. "Er" met getallen
Om aan te geven hoeveel er van iets zijn.
Voorbeeld: Er zijn vijf kinderen in de klas. → There are five children in the class.
Bestaan
Er is een hond in de tuin.
There is a dog in the garden.
Plaatshouder
Er staan drie stoelen in de kamer.
There are three chairs in the room.
Na voorzetsels
Ik denk aan mijn werk → Ik denk eraan.
I think about my work → I think about it.
Getallen
Er zijn veel mensen op het feest.
There are many people at the party.
Er is een appel op tafel.
→ There is an apple on the table.
Er staan twee stoelen naast de deur.
→ There are two chairs next to the door.
Er ligt een boek op de grond.
→ There is a book on the floor.
Er zijn drie honden in het park.
→ There are three dogs in the park.
Ik heb veel vrienden en ik ben blij dat er zo veel zijn.
→ I have many friends and I am happy that there are so many.
Denk je aan je vakantie? Ja, ik denk er vaak aan.
→ Are you thinking about your holiday? Yes, I often think about it.
Er hangt een schilderij aan de muur.
→ There is a painting on the wall.
Er stond een lange rij bij de supermarkt.
→ There was a long line at the supermarket.
Hoeveel studenten zijn er in de klas?
→ How many students are there in the class?
Ik heb een nieuwe fiets en ik ben blij dat er een slot bij zit.
→ I have a new bike and I am happy that there is a lock with it.