In het Nederlands worden sommige werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden of uitdrukkingen gevolgd door "te" + infinitief.
✅ Structuur
Subject + werkwoord/bijvoeglijk naamwoord + te + infinitief
De "te" is vergelijkbaar met "to" in het Engels:
I try to study → Ik probeer te studeren
Wanneer gebruik je "te + infinitief":
Na werkwoorden die een intentie, verlangen of poging uitdrukken: proberen, besluiten, weigeren, hopen.
Na bijvoeglijke naamwoorden die gevoelens of meningen beschrijven: leuk vinden, moeilijk vinden, belangrijk vinden.
Na bepaalde uitdrukkingen: het is belangrijk om... → te + infinitief.
🧩 Tip
Als er een modaal werkwoord is (zoals kunnen, mogen, willen), gebruik je geen "te":
Correct: Ik wil leren. → I want to study
Fout: Ik wil te leren. ❌
proberen
Ik probeer te lezen.
I try to read.
besluiten
Wij besluiten te helpen.
We decide to help.
weigeren
Hij weigert te komen.
He refuses to come.
hopen
Zij hoopt te slagen.
She hopes to succeed.
leuk vinden
Ik vind het leuk om te zingen.
I like to sing.
moeilijk vinden
Hij vindt het moeilijk te begrijpen.
He finds it hard to understand.
belangrijk vinden
Wij vinden het belangrijk om te oefenen.
We find it important to practice.
nodig hebben
Ik heb tijd nodig om te rusten.
I need time to rest.
proberen
Ik probeer elke dag te sporten.
I try to exercise every day.
Ik probeer te studeren voor het examen.
→ I try to study for the exam.
Wij besluiten te wandelen in het park.
→ We decide to walk in the park.
Hij weigert te helpen met het huiswerk.
→ He refuses to help with the homework.
Zij hoopt te slagen voor de toets.
→ She hopes to pass the test.
Ik vind het leuk te zingen in het koor.
→ I like to sing in the choir.
Hij vindt het moeilijk te begrijpen wat de leraar zegt.
→ He finds it hard to understand what the teacher says.
Wij vinden het belangrijk te oefenen elke dag.
→ We find it important to practice every day.
Ik heb tijd nodig te rusten na het werk.
→ I need time to rest after work.
Ik probeer te sporten elke ochtend.
→ I try to exercise every morning.