Als buitenlanders aan Nederland denken, denken ze aan tulpen, kaas en... fietsen. En dat klopt. Nederland is uniek in de wereld. Wist je dat er in Nederland meer fietsen zijn dan mensen? Er wonen ongeveer 18 miljoen mensen, maar er zijn naar schatting 23 miljoen fietsen. Iedereen fietst: van kleine kinderen en studenten tot bankdirecteuren en zelfs de koningin. Maar waarom doen we dat eigenlijk?
De eerste reden is simpel: de geografie. Nederland is ontzettend plat. We hebben geen bergen en nauwelijks heuvels. Hierdoor is fietsen heel makkelijk. Je wordt niet snel moe en je komt niet bezweet aan op je werk.
Natuurlijk is er wel één nadeel aan een plat land aan zee: de wind. In Nederland heb je vaak tegenwind. Nederlanders maken vaak grapjes dat ze "wind mee" hebben als ze naar hun werk gaan, en "wind tegen" als ze teruggaan. Maar dankzij de elektrische fiets (de e-bike) is de wind tegenwoordig minder een probleem.
Veel Nederlandse steden, zoals Amsterdam, Utrecht en Leiden, zijn honderden jaren oud. De straten in het centrum zijn smal en krom. Ze zijn niet gebouwd voor auto's.
Met de auto door de stad rijden is vaak frustrerend. Je staat in de file en parkeren is ontzettend duur. De fiets is in de stad veel sneller en handiger. Je kunt bijna overal gratis parkeren en je mag vaak door straten rijden waar auto’s niet mogen komen. Voor korte afstanden wint de fiets het bijna altijd van de auto.
Fietsen is in Nederland niet alleen makkelijk, het is ook veilig. Dat is niet toevallig zo gekomen. In de jaren 70 waren er veel ongelukken met auto's en fietsers. De bevolking ging protesteren. Ze wilden veiligere straten, vooral voor kinderen.
De overheid heeft toen besloten om aparte fietspaden te bouwen. Nu ligt er in Nederland meer dan 35.000 kilometer aan fietspad. Deze fietspaden zijn vaak rood gekleurd en liggen los van de autoweg. Hierdoor voelen fietsers zich veilig en durven ook oudere mensen te blijven fietsen.
Tot slot is er een culturele reden. In sommige landen is de fiets iets voor arme mensen, en de auto iets voor rijke mensen. In Nederland bestaat dat verschil niet. Fietsen is voor iedereen.
Het is heel normaal dat een advocaat in een duur pak op de fiets naar kantoor gaat. Zelfs de minister-president gaat soms op de fiets naar zijn werk. Nederlanders houden van "doe maar gewoon". Fietsen is goedkoop, gezond en goed voor het milieu. Het is een onderdeel van de Nederlandse identiteit geworden.
Naar schatting: We weten het niet precies, maar we denken ongeveer zoveel.
Plat: Vlak, zonder bergen of heuvels.
De tegenwind: Wind die van voren komt, waardoor het fietsen zwaarder is.
De file: Een rij auto's die stilstaat of heel langzaam rijdt omdat het te druk is.
De afstand: Hoe ver het is van punt A naar punt B.
De infrastructuur: Alle wegen, fietspaden, bruggen en spoorlijnen in een land.
De overheid: De regering en de mensen die het land besturen (gemeente, provincie, rijk).
Identiteit: Wie je bent en wat bij jou hoort.