Als je nieuw bent in Nederland, valt één ding snel op: de Nederlandse agenda. Nederlanders houden van planning en structuur. Dat zie je nergens zo goed als bij de maaltijden. Kom je om 12.00 uur op een kantoor? Dan eet iedereen een boterham. Kom je om 18.00 uur onverwacht bij iemand thuis langs? Grote kans dat ze net aan de warme maaltijd zitten. Waar komt deze strakke traditie vandaan?
In veel Zuid-Europese landen nemen mensen uitgebreid de tijd voor de lunch. Ze eten warm en rusten daarna uit. In Nederland gaat dat heel anders. De Nederlandse lunch is functioneel en snel.
Dit komt uit de geschiedenis van de landbouw en de vroege fabrieken. Arbeiders moesten hard doorwerken. Om precies twaalf uur 's middags hadden ze een korte pauze om energie te krijgen voor de rest van de middag. Brood was goedkoop, makkelijk mee te nemen en snel op te eten. Die gewoonte is gebleven. Zelfs de minister-president eet tussen de vergaderingen door vaak gewoon een boterham met kaas uit een plastic zakje.
Het avondeten om 18.00 uur (of zes uur) is voor veel Nederlanders bijna heilig. Als je rond die tijd door de straten loopt, zie je door de ramen dat de gordijnen nog open zijn en de borden op tafel staan.
Ook deze tijd heeft te maken met het ritme van vroeger. De fabriekswerker of boer was rond 17.00 of 17.30 uur klaar met werken. Daarna fietste hij direct naar huis. De vrouw had het eten dan precies klaarstaan als de man thuiskwam. Het hele gezin zat direct aan tafel. Omdat de kinderen daarna nog huiswerk moesten maken of op tijd naar bed moesten, was zes uur de perfecte tijd.
Voor mensen uit andere culturen is dit vaak vreemd. In landen als Spanje, Turkije of Marokko begint het avondeten vaak pas om 20.00 uur of zelfs 21.00 uur. Het is daar een sociaal moment dat uren kan duren.
In Nederland is het avondeten vaak korter en functioneler. Het is het moment waarop de dag stopt en de avond begint. En let op: als je rond 18.00 uur bij een Nederlander op bezoek bent, is de kans groot dat je niet automatisch mag mee-eten. Het eten is namelijk precies geteld voor het aantal mensen in het gezin!
De structuur: de vaste volgorde of regelmaat in iets.
Efficiënt / Functioneel: snel en handig, zonder tijd of energie te verspillen.
De landbouw: het werken op het land of met dieren (de boerderij).
Heilig: hier gebruikt als: heel belangrijk, iets waar je niet aankomt.
Automatisch: vanzelfsprekend, zonder dat je erover na hoeft te denken.
Hoe laat at jij in je geboorteland meestal warm? Vond je het moeilijk om te wennen aan de Nederlandse tijden?
In Nederland eten mensen vaak snel een boterham als lunch. Wat vind je daarvan? Is het beter om warm te lunchen of met brood?
Heb je wel eens meegemaakt dat je rond 18.00 uur bij een Nederlander was? Moest je toen naar huis of mocht je blijven eten?