Als je door het Nederlandse landschap fietst, zie je ze op veel plekken staan: grote houten en stenen molens met wieken die draaien in de wind. Vandaag de dag gebruiken we moderne windturbines om stroom te maken. Maar honderden jaren geleden waren de oude windmolens de belangrijkste machines van het land.
De allerbelangrijkste reden waarom er zoveel molens in Nederland staan, heeft te maken met water. Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel. Vroeger waren grote delen van het land drassig of stonden ze helemaal onder water.
Om van die meren en moerassen droog land (polders) te maken, bedachten de Nederlanders een slim systeem. Ze bouwden molens met een groot scheprad of een schroef erin. De wind draaide de wieken, en de molen pompte het water uit het land naar een kanaal of rivier. Soms bouwden ze een lange rij molens achter elkaar (een molengang) om het water steeds een stukje hoger te pompen. Dankzij deze molens kregen de Nederlanders er heel veel land bij om op te wonen en te boeren.
Naast het pompen van water, werden molens gebruikt als fabrieken. In de 17e eeuw (de Gouden Eeuw) had Nederland nog geen stoommachines of elektriciteit. De wind was de enige gratis energiebron die er altijd was.
Mensen bouwden verschillende soorten molens voor verschillende taken:
Korenmolens: Om graan te malen tot meel voor brood.
Zaagmolens: Om van grote boomstammen houten planken te zagen. Dit was heel belangrijk voor het bouwen van schepen.
Oliemolens: Om olie te persen uit zaden (zoals lijnzaad).
Papermolens: Om papier te maken van oude kleding.
Vooral in de streek de Zaanstreek (boven Amsterdam) stonden honderden industriemolens bij elkaar. Het was het eerste grote industriegebied van Europa!
Waarom stonden er juist in Nederland zoveel molens en niet in andere landen? Dat heeft twee duidelijke redenen:
Veel wind: Nederland ligt aan de Noordzee en het landschap is heel plat. Daardoor kan de wind hard en zonder obstakels over het land waaien.
Geen snelle rivieren: In landen met bergen (zoals Duitsland of Frankrijk) gebruikte men vaak watermolens in snelle rivieren. Nederland heeft bijna geen bergen en de rivieren stromen langzaam. De wind was hier simpelweg een betere optie.
Op het hoogtepunt, rond het jaar 1850, stonden er meer dan 10.000 windmolens in Nederland. Toen de stoommachine en later de elektriciteit kwamen, werden de meeste molens afgebroken omdat ze niet meer nodig waren.
Nu zijn er nog ongeveer 1.000 oude molens over. Ze worden goed verzorgd door vrijwillige molenaars en zijn een belangrijk symbool van de Nederlandse geschiedenis!
De zeespiegel: de hoogte van het water in de zee.
De polder: een stuk land dat vroeger water was en drooggemaakt is.
De wiek: de grote armen van een molen die door de wind draaien.
De energiebron: iets waar je kracht of stroom uit kunt halen (zoals zon, wind of olie).
Het obstakel: iets wat in de weg staat.
Zou jij in een oude windmolen willen wonen? Waarom wel of niet?
Nederland gebruikt nu moderne windturbines voor groene stroom. Vind je die moderne windmolens mooi of lelijk in het landschap?
Zijn er in jouw geboorteland ook bekende gebouwen of machines die vroeger werden gebruikt om tegen de natuur te vechten?