Eva is dertig jaar oud.
Eva komt uit Nederland.
Eva woont in Amsterdam.
Eva heeft een kat.
De kat heet Herman.
Eva houdt van Herman.
Herman loopt door het huis.
Herman zit op de bank.
Vandaag eet Eva pannenkoeken.
Eva maakt de pannenkoeken in de keuken.
Eva bakt de pannenkoeken in een pan.
Herman kijkt naar Eva.
Herman ruikt de pannenkoeken.
Eva eet een pannenkoek.
Herman krijgt een klein stukje.
Eva lacht.
Herman spint.
Eva en Herman hebben een fijne dag.
Meer leren? ⤵️